1933-1936     1937-1939     1940     1941     1942     1943     1944     1945

1933 | 30 januari • Hitler wordt rijkskanselier
1933 | 27 februari • De Rijksdag staat in brand
1933 | 28 februari • Hitler laat tegenstanders oppakken
1933 | 12 maart • Eerste concentratiekamp
1933 | 23 maart • Hitler krijgt alles voor het zeggen
1933 | 7 april • Ontslag voor alle Joden bij de overheid
1933 | 26 april • Oprichting Gestapo (geheime staatspolitie)
1933 | 10 mei • Boekverbrandingen
1933 | 14 juli • Nazificatie van de samenleving
1933 | 29 september • Joden mogen geen land meer bezitten
1935 | 16 maart • Hitler voert de dienstplicht in
1935 | 15 september • ‘Neurenberger wetten’ ingevoerd
1936 | Juli • Anny Sulzbach vestigt zich in Nederland
1936 | December • 7500 gevangenen in kampen

1933 | 30 januari • Hitler wordt rijkskanselier

Volgens Hitler zijn 'de joden' de oorzaak van de problemen in Duitsland. Bij verkiezingen heeft zijn nazi-partij, de NSDAP, een derde van de stemmen gekregen. Hitler wordt regeringsleider (rijkskanselier), maar in een minderheidspositie. In zijn regering zitten maar twee partijgenoten. Zo denken de andere politici hem onder controle te kunnen houden.

1933 | 27 februari • De Rijksdag staat in brand

De Rijksdag is het Duitse parlement. De Nederlandse communist Marinus van der Lubbe wordt veroordeeld voor de brand en ter dood gebracht. Maar het is nooit bewezen dat hij de dader was. Waarschijnlijk waren het de nazi’s zelf.

1933 | 28 februari • Hitler laat tegenstanders oppakken

Hitler gebruikt de Rijksdagbrand om alle rechten van burgers af te schaffen. Voortaan mag de politie iedereen zomaar arresteren. Meteen worden duizenden tegenstanders van Hitler opgepakt.

1933 | 12 maart • Eerste concentratiekamp

In Oranienburg wordt het eerste concentratiekamp geopend. In de kampen worden in het begin tegenstanders van de nazi’s opgesloten. Later ook joden, roma en sinti (groepen zigeuners), gehandicapten, jehovah’s getuigen en homoseksuelen. De gevangenen worden heel slecht behandeld.

1933 | 23 maart • Hitler krijgt alles voor het zeggen

De NSDAP, een conservatieve partij en een katholieke partij stemmen voor een wet die Hitler de macht geeft alleen te regeren en wetten uit te vaardigen, zonder controle door het parlement of het rechtssysteem. Alle politieke partijen worden opgeheven, behalve de NSDAP.

1933 | 7 april • Ontslag voor alle Joden bij de overheid

1933 | 26 april • Oprichting Gestapo (geheime staatspolitie)

1933 | 10 mei • Boekverbrandingen

De nazi's bepalen wat goede, 'Duitse' kunst is. De rest noemen ze 'entartete' (ontaarde) kunst. Het gaat om moderne schilderkunst, films, muziek, boeken. Ook noemen ze kunst 'ontaard' als de makers joods of zwart zijn. Aanhangers gooien in Berlijn en andere steden duizenden boeken op brandstapels.

1933 | 14 juli • Nazificatie van de samenleving

Duitsland is nu officieel een éénpartijstaat. Alle vakbonden, werkgeversorganisaties, culturele organisaties en jongerenorganisaties worden opgeheven en vervangen door nazi-organisaties. Radio en pers komen eveneens onder totale controle van de nazi's.

1933 | 29 september • Joden mogen geen land meer bezitten

1935 | 16 maart • Hitler voert de dienstplicht in

Na de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) mocht Duitsland nog maar een klein leger hebben. Hitler lapte dat aan zijn laars.

1935 | 15 september • ‘Neurenberger wetten’ ingevoerd

Deze wetten zeggen welke mensen als 'joods' moeten worden beschouwd.

1936 | Juli • Anny Sulzbach vestigt zich in Nederland

1936 | December • 7500 gevangenen in kampen

Drie jaar later, bij het begin van de oorlog in september 1939, zitten al 21.400 politieke tegenstanders van Hitler gevangen.