VN-Verdrag

VN-Verdrag

Op 20 november 1989 sloten de Verenigde Naties het Verdrag over de Rechten van het Kind. In dit verdrag staat hoe landen met kinderen (= iedereen onder de 18) om moeten gaan. 191 landen hebben het verdrag ondertekend, een stuk of 10 (nog) niet. Nederland ondertekende op 8 maart 1995. In het verdrag staan 54 regels (artikelen). 40 daarvan zijn echt kinderrechten. De rest gaat over hoe landen het verdrag moeten uitvoeren.

Unicef publicatie

Door het verdrag te ondertekenen, beloven landen dat hun wetten kloppen met de kinderrechten. Ook beloven de rijke landen dat ze arme landen helpen de rechten van het kind waar te maken. Veel landen hebben nu een actieplan voor kinderen. In sommige landen is een ombudsman, die bij problemen van kinderen zegt wat er moet gebeuren. In andere landen krijgen rechters en advocaten een speciale opleiding over de kinderrechten.

Het verdrag gaat over alles waar je als kind mee te maken kunt krijgen. Het gaat over school, gezondheid, spelen, wonen, je ouders en je vrienden, maar ook over kinderarbeid, kindermishandeling en echtscheiding bijvoorbeeld. Ook staat er in het verdrag dat kinderen zelf mee mogen beslissen over hun toekomst.

Er zijn drie soorten kinderrechten: over verzorging, over bescherming en over ‘meedoen’.

  • Verzorging: kinderen hebben recht op gratis en goed basisonderwijs, goede medische zorg, opvang wanneer ze niet thuis kunnen wonen en ruimte om te spelen.
  • Bescherming: kinderen moeten worden beschermd tegen mishandeling, uitbuiting, verwaarlozing, kinderarbeid, oorlogsgeweld, mensenhandel en slavernij.
  • Meedoen: kinderen hebben het recht prettig op te groeien in de samenleving, ze mogen vrij informatie verzamelen, ze mogen omgaan met wie ze willen en hun eigen verenigingen oprichten, ze mogen hun mening geven en mogen meepraten en meebeslissen over alles wat ze aangaat.

Als je alle regels op een rij wilt zien, kijk dan bij de links. Een paar belangrijke regels noemen we nog hier:

  • Kinderen mogen niet anders behandeld worden vanwege hun kleur of omdat ze arm of rijk zijn, of christen, moslim, ongelovig of wat dan ook.
  • Ouders moeten rekening houden met hun kind of kinderen. Als ze er niet goed voor kunnen zorgen, moet de overheid regelen dat iemand anders dat doet.
  • Als ouders scheiden, mogen kinderen allebei de ouders blijven zien, behalve als dat slecht voor ze is.
  • Kinderen hebben vrijheid van gedachten en godsdienst.
  • Kinderen hebben recht op privacy. Mensen mogen zich niet ongevraagd bemoeien met hun leven, hun familie, hun huis en hun eigen post of mail.
  • Een kind mag alleen door andere mensen geadopteerd worden als dat goed is voor het kind. Adoptie door mensen in een ander land mag alleen als er geen andere oplossing is.
  • Kinderen hebben recht op vrije tijd en het recht om te spelen.