Koos Valk

Koos Valk

Koos

Koos Valk woont met zijn ouders en zes broertjes en zusjes in Groningen. Koos is op één na de oudste. Hij is 6 jaar als de oorlog uitbreekt. Vanaf 29 augustus 1941 moeten joodse kinderen naar aparte scholen en vanaf 3 mei 1942 moeten joden van zes jaar de gele jodenster (davidster) dragen. Ook Koos, die de hele stad door moet lopen om naar de joodse school te gaan.In maart 1943 staat in de kranten een oproep, betreffende “verwijdering van joden uit de provincies”. De joden moeten zich voor 10 april moeten melden op bepaalde verzamelpunten. Voor de oostelijke provincies, waaronder Groningen, is dat Vught.”

Op 8 april 1943 viert Koos Valk nog thuis zijn negende verjaardag. De volgende dag wordt het gezin met koffers en tassen naar het station gebracht. Op het perron staan honderden mensen én soldaten. Voor Koos is het een spannende tocht. Een tante heeft hem verteld dat er in Vught veel zand is om te spelen en lekker eten en snoep voor de kinderen. De werkelijkheid is volkomen anders.
Na aankomst moet iedereen geregistreerd worden en plotseling is Koos alleen. Zijn vader en moeder, zijn broertjes en zusjes ziet hij niet meer. Zijn speelgoed moet hij afgeven en een vreemde man brengt hem naar een barak voor jongens van zijn leeftijd. Hij kent niemand. Een jongen wijst hem een slaapplaats in een benedenbed. Uit het bed boven hem valt zeewier. Koos kruipt onder de dekens en huilt zich in slaap.
De volgende dag ziet hij zijn oudste broer. Stiekem gaat hij bij hem slapen. Zijn broer valt uit bed, van drie hoog, en heeft een hersenschudding. Toch moet ook hij door het kamp marcheren en op appèl staan. Er is te weinig en slecht eten. Koos wordt ziek.
Op 8 mei 1943 wordt in Vught bekend dat die dag een groot transport zal vertrekken. Gezinnen met meer dan drie kinderen moeten mee. Het gezin Valk staat op de lijst. Twee van de zeven kinderen zijn doodziek. ’s Avonds laat vertrekt ‘het grote gezinnentransport’ naar Westerbork. Na Vught is dit kamp voor Koos een paradijs. Zijn zieke broertjes knappen op.
Meer dan een jaar blijven ze in Westerbork. Op 4 september 1944 moet het gezin mee met een transport van meer dan tweeduizend mannen, vrouwen en kinderen naar het concentratiekamp Theresienstadt, in Tsjechië. De reis duurt drie dagen. Het wordt zowel voor vader en moeder Valk als voor de kinderen een heel moeilijke tijd.
Op 8 mei 1945 worden ze in Theresienstadt bevrijd door het Russische leger. Op 5 juni 1945 vertrekt het hele gezin naar het vliegveld om via Metz in Frankrijk door te vliegen naar Eindhoven.
28 juni 1945 keert het gezin terug in Groningen.

Zie voor het volledige interview getuigenverhalen.nl.