Jacques en Dave Furth

Jacques en Dave Furth

Jacques Furth

Jacques Furth, geboren in Antwerpen, is diamantbewerker van beroep. Hij woont in Amsterdam en is getrouwd met Sophia (Fietje) Bueno de Mesquita. Als de oorlog uitbreekt is Jacques 29 en Fietje 32 jaar. Zij krijgen een zoontje, Dave.

Op 11 februari 1943 wordt Dave twee. Juist die avond wordt Jacques van huis gehaald door enkele Nederlandse politieagenten. Via de Hollandsche Schouwburg wordt hij direct doorgestuurd. Nog dezelfde nacht komt hij in Vught aan. Het is het tweede transport met joodse gevangenen vanuit Amsterdam naar Vught.

De Duitsers zijn van plan in Vught een diamantfabriek te beginnen. Dat is de reden waarom de diamantbewerkers de eerste weken niet mogen werken. Hun handen moeten ‘onbeschadigd, soepel en fijngevoelig’ blijven. Een diamantfabriek komt er niet en daarom meldt Jacques Furth zich bij de OD, de joodse ordedienst. Hij komt bij de transportdienst en daardoor heeft hij toegang tot het hele kamp, ook tot de kinderbarakken. Hij ziet hoe slecht de jonge kinderen eraan toe zijn. Er heersen allerlei besmettelijke ziekten, er is geen geschikte voeding en er zijn geen medicijnen in het joodse kamp. Alles wat de Joodse Raad naar Vught stuurt, wordt direct door de Duitsers in beslag genomen. Jacques Furth ziet de ellende van de kinderen en probeert briefjes het kamp uit te smokkelen, waarin hij er bij Fietje op aandringt hun zoontje Dave te laten onderduiken. En Fietje geeft haar zoon mee aan vreemden. Dave wordt door een verzetsgroep naar Zuid-Limburg gebracht. Daar is voor hem een veilig en warm tehuis gevonden.

Dave en moeder Fietje

Op 20 maart 1944 wordt Jacques vanuit Vught op transport gesteld naar Westerbork. Daar ziet hij na veertien maanden zijn vrouw terug. Kort daarna moeten ze weg uit Westerbork, samen gaan ze op transport naar Polen. Op 25 maart 1944 worden zij voor de tweede keer gescheiden.
Fietje komt in het vrouwenkamp in Birkenau, een van de slechtste gedeelten van het kamp. Er is te weinig water en veel vrouwen lijden honger. Al maandenlang heerst er vlektyfus, waaraan tienduizenden vrouwen overlijden. In dit kamp sterft Sophia Furth-Bueno de Mesquita op 4 september 1944.
Jacques blijft in Auschwitz tot het kamp half januari 1945 wordt ontruimd. In veewagens wordt hij met andere gevangenen naar Dachau, in Duitsland, vervoerd. Ook moeten zij kilometers lopen. Het is zeer koud, er is geen eten en geen drinken. Duizenden komen tijdens deze ‘dodenmars’ om. De overlevenden zijn er slecht aan toe.
In Dachau is wel verzorging maar er heerst ook vlektyfus. Jacques wordt ziek, maar komt er doorheen. Dan naderen de Geallieerden Dachau. Op een goede morgen ontdekken de gevangenen dat de Duitsers het kamp in stilte hebben verlaten. Omdat er honger heerst gaat Jacques met een groepje op zoek naar eten. Tijdens hun omzwervingen horen zij van Amerikaanse soldaten dat zij zijn bevrijd. Het is 1 mei 1945.
Jacques komt terug in Amsterdam, bij Fietjes broer, die gemengd gehuwd is en daarom niet naar Duitsland of Polen hoefde. Deze broer, Harry, had voor Dave’s onderduik gezorgd. Nu helpt hij Jacques bij het achterhalen van Dave’s verblijfsadres en samen ondernemen zij de reis naar Limburg. In die dagen was dat niet eenvoudig omdat er geen bruggen meer waren over de grote rivieren. In Hoensbroek vinden zij Dave bij zijn pleegouders. Zijn pleegvader werkte als timmerman in de mijnen (de Koel).
Dave weet niet beter dan dat zij zijn ouders zijn. Hij moet aan zijn vader wennen. Na verloop van tijd gaat ook Dave terug naar Amsterdam.

Jacques Furth overleed in juni 2004.
Dave Furth overleed 11 februari 2011, op zijn 70e geboortedag.

Zie voor het volledige interview getuigenverhalen.nl.